aanmelden »

Volwassenen

Taal en spraak

Taal- en spraakstoornissen bij volwassenen kunnen ontstaan na bijvoorbeeld een beroerte, hersenletsel, neurologische aandoeningen, of door geleidelijke achteruitgang door ziekte. Ze beïnvloeden het vermogen om taal te begrijpen, te spreken, woorden te vinden, of spraak duidelijk uit te voeren. De impact op het dagelijks leven kan groot zijn, maar met passende behandeling is vaak verbetering mogelijk.

In dit overzicht bespreken we: afasie, dysartrie en spraakapraxie. Ook beschrijven we hoe een logopedist hierbij ondersteuning kan bieden.

Wanneer moet je je zorgen maken?

Het is verstandig om hulp te zoeken wanneer één of meerdere van de volgende signalen voorkomen:

  • Plotseling moeite hebben met spreken of begrijpen (spoedgeval kan duiden op een beroerte).
  • Problemen met woordvinding: veel “eh” zeggen, verkeerde woorden gebruiken.
  • Moeite met zinsbouw of het volgen van gesprekken.
  • Onduidelijke spraak, alsof iemand “met een volle mond” spreekt.
  • Problemen met articulatie die eerder niet aanwezig waren.
  • Moeite met het plannen of starten van spraakbewegingen.
  • Veranderingen in ademhaling, stem of spreektempo na hersenletsel of ziekte.

Afasie

Afasie is een taalstoornis die optreedt door hersenbeschadiging, meestal in de taalgebieden van de linkerhersenhelft. Het beïnvloedt taalbegrip, taalproductie, lezen en/of schrijven.

Vormen van afasie:

  • Expressieve afasie (Broca) – moeite met spreken; taalbegrip relatief goed.
  • Receptieve afasie (Wernicke) – vloeiende maar vaak onbegrijpelijke spraak; taalbegrip verstoord.
  • Globale afasie – zware stoornis in zowel spreken als begrijpen.

Kenmerken:

  • Woordvindingsproblemen
  • Verkeerde woorden gebruiken
  • Moeite met langere zinnen
  • Problemen met lezen en schrijven

Logopedische ondersteuning helpt bij het verbeteren van de taalbegrip, de woordvinding en de zinsbouw en/of bij het aanleren van strategieën of toepassen van communicatiehulpmiddelen om de communicatie te ondersteunen.

Dysartrie

Dysartrie is een spraakstoornis veroorzaakt door beschadiging van de zenuwen of spieren die betrokken zijn bij de spraak. Het is géén taalstoornis, maar een motorisch probleem.

Kenmerken:

  • Onduidelijke of mompelende spraak
  • Vertraagd of juist te snel spreektempo
  • Variaties in toonhoogte en luidheid
  • Slappe, gespannen of hese stem
  • Moeite met articulatie door verminderde spiercontrole

Dysartrie komt o.a. voor na hersenletsel, bij Parkinson, ALS, MS of andere neurologische aandoeningen.

De logopedische begeleiding richt zich op het verbeteren van de articulatie, adem, stem en verstaanbaarheid.

Spraakapraxie

Spraakapraxie is een stoornis in de planning van spraakbewegingen. De spieren werken goed, maar het brein stuurt de bewegingen niet juist aan.

Kenmerken:

  • Moeite met het starten van woorden
  • “Zoeken” naar de juiste mondstand
  • Onregelmatige fouten in uitspraak
  • Verstoring van prosodie (zinsmelodie)
  • Grote frustratie door het besef dat wat men wil zeggen niet lukt

Spraakapraxie komt vaak samen voor met afasie. Logopedie kan helpen bij het vergroten van de verstaanbaarheid en begrijpelijkheid.

Werkwijze van de logopedist bij spraak- en taalproblemen bij volwassenen

  1. Intakegesprek met de patiënt
    De logopedist bespreekt de spraak- en taalproblemen, zoals moeilijkheden met articulatie, spreken, begrijpen, of cognitieve-communicatieve vaardigheden. Ook wordt gevraagd naar medische geschiedenis, werk, dagelijkse communicatie en sociale situatie.
  2. Observatie en beoordeling van spraak en taal
    De logopedist observeert hoe de patiënt praat, taal gebruikt en communiceert in verschillende situaties, bijvoorbeeld tijdens gesprekken, lezen of telefoneren.
  3. Onderzoek van taalvaardigheden en communicatie
    Er wordt gekeken naar woordenschat, zinsbouw, grammatica, uitspraak, begrip van gesproken en geschreven taal, en eventuele cognitieve aspecten zoals geheugen en aandacht.
  4. Analyse van spraak- en taalproblemen
    De logopedist onderzoekt welke soorten fouten optreden en in welke situaties communicatie moeilijk gaat, bijvoorbeeld door afasie na een beroerte of cognitieve beperkingen bij dementie.
  5. Uitleg van bevindingen
    De logopedist legt uit wat de oorzaak is van de spraak- of taalproblemen en wat dit betekent voor communicatie thuis, werk en sociaal leven.
  6. Behandelplan op maat
    Er worden duidelijke en haalbare doelen opgesteld, afgestemd op de wensen, behoeften en mogelijkheden van de patiënt.
  7. Therapie en oefeningen
    De patiënt krijgt oefeningen en begeleiding om spraak, taal en communicatieve vaardigheden te verbeteren, bijvoorbeeld via articulatie-oefeningen, taalstrategieën, geheugen- en aandachtoefeningen, of alternatieve communicatie.
  8. Advies voor dagelijks leven
    Tips worden gegeven om communicatie thuis, op het werk en in sociale situaties te verbeteren, zoals pauzes nemen bij praten, duidelijk articuleren, of hulpmiddelen gebruiken.
  9. Evaluatie en samenwerking
    De voortgang wordt regelmatig gevolgd en indien nodig werkt de logopedist samen met artsen, psychologen, ergotherapeuten of andere zorgverleners.

Heb je een vraag, wacht niet en stuur ons een bericht.

Indien u zich wilt aanmelden voor logopedie, klik dan hier.

.

 

email address:
Homepage:
URL:
Comment:

*:
*:
*:
*:
*:
*:
*:

* verplicht in te vullen
Logopedie Groene Hart verzamelt en verwerkt met dit formulier persoonsgegevens die betrekking hebben op u of uw kind.
Lees voor meer informatie de privacyverklaring. Wilt u zich direct inschrijven? Klik dan op deze link.