aanmelden »

Kinderen

Spraak

Spreken is één van de belangrijkste vaardigheden die kinderen in de eerste levensjaren ontwikkelen. Vanaf het eerste gebrabbel tot het uitspreken van volledige zinnen doorloopt een kind verschillende fases in de spraakontwikkeling. Sommige klanken worden al vroeg verworven, terwijl andere pas later goed uitgesproken worden. Het is normaal dat jonge kinderen nog niet altijd goed verstaanbaar zijn; dit hoort bij het leerproces.

Toch kan het gebeuren dat een kind meer moeite heeft met het aanleren van klanken of met vloeiend spreken dan leeftijdsgenootjes. In dat geval kan er sprake zijn van een spraakprobleem, zoals een fonologische stoornis, spraakdyspraxie, nasaliteit, slissen of stotteren. Deze problemen kunnen de verstaanbaarheid beïnvloeden en ook effect hebben op het zelfvertrouwen of de sociale interactie van het kind.

In dit overzicht leggen we uit wat een normale spraakontwikkeling inhoudt en welke spraakstoornissen er kunnen voorkomen, namelijk een fonologische spraakstoornis, spraakontwikkelingsdyspraxie, nasaliteit, slissen en lispelen, broddelen en stotteren. Ook beschrijven we hoe een logopedist hierbij ondersteuning kan bieden.

Wanneer moet je je zorgen maken?

  • Je kind opvalt doordat het slecht verstaanbaar is voor anderen
  • Je kind gefrustreerd raakt doordat het niet begrepen wordt
  • Bepaalde klanken of klankgroepen ver na de gemiddelde verwervingsleeftijd nog niet juist worden uitgesproken
  • Er sprake is van onduidelijke of slappe spraak (bijv. bij broddelen of dyspraxie)

De logopedist onderzoekt of de spraakontwikkeling past bij de leeftijd en biedt zo nodig gerichte hulp.

Normale spraakontwikkeling

De spraakontwikkeling begint al vroeg: baby’s brabbelen, imiteren klanken en leren gaandeweg steeds duidelijker spreken. Dit verloopt geleidelijk en in vaste stappen. In het begin zijn kinderen vaak nog niet goed verstaanbaar, maar dat is op jonge leeftijd normaal. Naarmate ze ouder worden, nemen de articulatievaardigheden toe. Het tempo verschilt per kind, maar als een kind opvalt door slecht verstaanbaar spreken of gefrustreerd raakt bij het communiceren, kan logopedie zinvol zijn.

Algemene mijlpalen in verstaanbaarheid:

  • 2 jaar: het kind gebruikt al een aantal woordjes en tweewoordzinnen. Het is vooral verstaanbaar voor vertrouwde personen (zoals ouders).
  • 3 jaar: de zinslengte groeit, en het kind is meestal voor 50–75% verstaanbaar voor onbekenden.
  • 4 jaar: het kind kan de meeste klanken gebruiken, soms nog met foutjes. Voor 90–100% verstaanbaar voor onbekenden.
  • 5 jaar en ouder: het kind spreekt over het algemeen duidelijk en gebruikt vrijwel alle klanken correct.

De volgorde waarin kinderen klanken leren is vrij voorspelbaar. Hieronder een globale indeling van wanneer klanken meestal goed uitgesproken worden:

Vroeg verworven klanken (2–3 jaar)

  • Klinkers (a, e, o, u)
  • Medeklinkers zoals: /m/, /p/, /b/, /t/, /d/, /n/, /ng/, /k/, /g/, /h/, /j/, /w/, /l/
  • Voorbeeldwoorden: mama, bal, tafel, koek

Middelvroeg verworven klanken (3–4 jaar)

  • /f/, /v/, /s/, /z/
  • Klankclusters zoals sp, pl, kw
  • Voorbeeldwoorden: fiets, vogel, spin, klein, kwak

Laat verworven klanken (4–6 jaar)

  • /r/: deze klank is vaak het laatst verworven en mag tot 6 jaar nog afwezig zijn
  • Klankcombinaties zoals: spr, str, sch
  • Voorbeeldwoorden: regen, straat, sprookje, school

Fonologische spraakstoornis

Bij een fonologische spraakstoornis leert een kind de regels van het klanksysteem niet goed aan. Het kind gebruikt dan verkeerde klankpatronen, zoals:

  • Klanken weglaten: “toel” i.p.v. “stoel”, “on” i.p.v. “zon”, “peise” i.p.v. “pleister”
  • Klanken vervangen: “tat” i.p.v. “kat”, “ton” i.p.v. “zon”, “zom” i.p.v. “zon”, “laam” i.pv. “raam”, “kok” i.p.v. “kom”
  • Klanken omdraaien: “pikken” i.p.v. “kippen”
  • Klanken toevoegen: “plas” i.p.v. “tas”

De logopedist helpt het kind bewust te worden van klanken en leert spelenderwijs de juiste uitspraak aan. Ouders krijgen handvatten om dit ook thuis te ondersteunen.

Spraakontwikkelingsdyspraxie

Spraakontwikkelingsdyspraxie (SOD) is een motorisch spraakprobleem waarbij de hersenen moeite hebben met het aansturen van de mondspieren voor spraak. Kenmerken zijn onder andere:

  • Moeite met het plannen en coördineren van mondbewegingen
  • Inconsistente uitspraakfouten
  • Moeizaam op gang komen met spreken
  • Vloeiende spraak lukt soms wél bij spontane klanken maar niet bij herhalen

De logopedische behandeling richt zich op het opbouwen van klanken en woorden via gestructureerde oefening, met veel herhaling en visuele ondersteuning.

Nasaliteit

Nasaliteit betekent dat er te veel (open neusspraak) of te weinig (gesloten neusspraak) lucht door de neus gaat tijdens het spreken. Dit komt bijvoorbeeld voor bij:

  • Een gespleten gehemelte (schisis)
  • Zwakke gehemeltespieren
  • Chronische verkoudheid of vergrote neusamandelen

Een logopedist beoordeelt het type nasaliteit en werkt aan het verbeteren van de spraak door articulatietraining, adem- en klankcontrole. Bij structurele oorzaken wordt samengewerkt met KNO-artsen of een schisisteam.

Slissen en lispelen

Dit is het verkeerd uitspreken van o.a. de s-klanken, waarbij de tong te veel zichtbaar is of tussen de tanden komt. Er zijn verschillende vormen, zoals:

  • Interdentaal lispelen: tong komt tussen de tanden
  • Lateraal slissen: lucht ontsnapt langs de zijkant van de tong

Hoewel het vaak voorkomt in de vroege ontwikkeling, kan aanhoudend slissen de verstaanbaarheid en zelfvertrouwen beïnvloeden. Logopedie helpt kinderen een correcte tongpositie en klankproductie aan te leren. Vaak gaan slissen en lispelen samen met afwijkend mondgedrag.

Broddelen en stotteren

Broddelen en stotteren zijn vloeiendheidsstoornissen, maar verschillen in oorzaak en aanpak:

  • Stotteren: herhalingen, verlengingen of blokkades van klanken/woorden; het kind wéét wat het wil zeggen, maar het lukt niet vloeiend
  • Broddelen: te snel en onsamenhangend spreken, vaak met slordige articulatie en grammaticale fouten

Stotteren valt vaak op door spanning bij het spreken, broddelen juist door onduidelijkheid en rommeligheid. Logopedie helpt kinderen bewuster, rustiger en vloeiender te spreken, vaak in combinatie met adem- en ritmetraining. Voor behandeling van stotteren wijzen wij u graag door naar een stottertherapeut (een logopedist met specialisatie op het gebied van stotteren).

Werkwijze van een logopedist bij een kind met spraakproblemen

  1. Intakegesprek met ouders (en kind)
    De logopedist bespreekt de zorgen over de spraak, bijvoorbeeld onduidelijke uitspraak. Ook wordt gevraagd naar de ontwikkeling en gezondheid van het kind.
  2. Luisteren naar de spraak
    De logopedist luistert hoe het kind klanken, woorden en zinnen uitspreekt tijdens praten en spel.
  3. Onderzoek van mond en spraakbewegingen
    Er wordt gekeken hoe lippen, tong en kaak bewegen bij het spreken.
  4. Beoordeling van verstaanbaarheid
    De logopedist beoordeelt hoe goed het kind te begrijpen is voor anderen.
  5. Uitleg van de bevindingen
    De logopedist legt uit welke spraakproblemen er zijn en waardoor deze kunnen ontstaan.
  6. Behandelplan op maat
    Er worden duidelijke doelen afgesproken, passend bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind.
  7. Oefenen van spraakklanken
    De logopedist oefent samen met het kind het correct uitspreken van klanken, op een speelse manier.
  8. Advies voor thuis
    Ouders krijgen tips en oefeningen om thuis te oefenen met het kind.
  9. Evaluatie en samenwerking
    De voortgang wordt regelmatig besproken en indien nodig werkt de logopedist samen met school of andere zorgverleners.

Heb je een vraag, wacht niet en stuur ons een bericht.

Indien u zich wilt aanmelden voor logopedie, klik dan hier.

.

 

email address:
Homepage:
URL:
Comment:

*:
*:
*:
*:
*:
*:
*:

* verplicht in te vullen
Logopedie Groene Hart verzamelt en verwerkt met dit formulier persoonsgegevens die betrekking hebben op u of uw kind.
Lees voor meer informatie de privacyverklaring. Wilt u zich direct inschrijven? Klik dan op deze link.